All posts by admin

Zie de maan schijnt door de bomen

Zie de maan schijnt door de bomen,
makkers staakt uw wild geraas.
‘t Heerlijk avondje is gekomen,
‘t avondje van Sinterklaas.
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard…
Vol verwachting klopt ons hart,
wie de koek krijgt, wie de gard…

O, wat pret zal ‘t zijn te spelen
met die bonte harlekijn.
Eerlijk zullen we alles delen:
suikergoed en marsepein.Piet met z'n Ladder
Maar, o wee, wat bitt’re smart,
krijgen wij voor koek een gard.
Maar, o wee, wat bitt’re smart,
krijgen wij voor koek een gard!

Maar ik vrees niet dat wij klagen;
vader, moeder zijn zo goed!
Was het ook niet alle dagen,
meestal waren wij toch zoet.
Ban dus vrij de vrees uit ‘t hart;
‘k wed, er ligt geen enk’le gard.
Ban dus vrij de vrees uit ‘t hart;
‘k wed, er ligt geen enk’le gard!

Zachtjes gaan de paardenvoetjes

Zachtjes gaan de paardenvoetjes,
trippel, trappel, trippel, trap.
‘t Is het paard van Sinterklaasje.
Stippe, stappe, stippe, stap.
‘t Schimmeltje draagt met gemak
Sinterklaasje op het dak.
‘t Schimmeltje draagt met gemak
Sinterklaasje op het dak.

‘t Paardje kan de weg wel vinden.
Trippel, trappel, trippel, trap.
In het held’re maneschijntje.
Stippe, stappe, stippe, stap.
‘t Paardje is nog lang niet moe,
maar ik moet naar bedje toe.
‘t Paardje is nog lang niet moe,
maar ik moet naar bedje toe.

‘k Hoor de vlugge paardenvoetjes,
trippel, trappel, trippel, trap,
in mijn lekker warme bedje,
stippe, stappe, stippe, stap.
En ik droom van Sinterklaas
en van bonte Pieterbaas.
En ik droom van Sinterklaas
en van bonte Pieterbaas.

Sinterklaasje kom maar binnen

Sinterklaasje kom maar binnen in het echt,
want we zitten allemaal even recht.
Misschien heeft u nog even tijd,
voordat u weer naar Spanje rijdt.
Kom dan maar even bij ons aan
en laat uw paardje maar buiten staan.

En we zingen en we springen en we zijn zo blij,
want er zijn geen stoute kind’ren bij!
En we zingen en we springen en we zijn zo blij,
want er zijn geen stoute kind’ren bij!

De flat op Sinterklaasavond

Sinterklaas, die goede heer

Sinterklaas, die goede heer,
komt hier alle jaren weer
uit het land van Spanje.
Dan brengt hij ons lekkere koek,
speelgoed en een prentenboek,
appels van oranje.

Piet, zijn maatje, gaat te voet,
met een struisveer op zijn hoed,
kijkt door ’t vensterglaasje.
Als dan allen groot en klein,
lief en zoet naar bed toe zijn,
roept hij Sinterklaasje.

Sinterklaas is jarig

Sinterklaas is jarig,
‘k zet mijn schoentje klaar.
‘k Hoop dat hij het vol doet,
Met…, ja wist ik het maar!
Hier zet ik wat water
en wat hooi voor ’t paard,
want dat trouwe beestje
is het heus wel waard!

Als de kleintjes slapen,
komt de goede Sint,
die de brave kind’ren,
’t allermeest bemint.
’t Paardje zwaar beladen,
voert hij met zich voort
en zijn maat vertelt hem,
wat hij heeft gehoord.

Wie was ongehoorzaam?
Wie was wel eens lui?
Of wie had er soms wel
eens een boze bui?
Maar wie het niet weer doet
en er spijt van heeft,
mag er op vertrouwen
dat Sint hem vergeeft.

Rommeldebommel

Vang PietenRommel-de-bommel,
wat een gestommel,
hoor ik me daar op de zolder.
Rinkel-de-kinkel,
wat een gerinkel,
wat een ge-holder-de-bolder!

Dat is Sinterklaas
met zijn maat Pieterbaas,
die zijn weer uit Spanje gekomen.
Zij hebben weer zakken
en manden en pakken
vol lekkers en moois meegenomen.

Ze gaan met gemak,
op hun paard over ’t dak.
Geen regen of wind kan hin’dren.
Ze vragen meteen
door de schoorsteen heen:
“Zijn hier nog stoute kind’ren?!”

Welnee Sinterklaas,
och, welnee Pieterbaas,
we zijn immers allemaal zoetjes.
En doen heus geen kwaad,
niet in huis, niet op straat.
vraag het aan onze pa- en moe-tjes.

O, kom er eens kijken

O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind,
alles gekregen, van die beste Sint!
Een pop met vlechten in het haar,
een snoezig jurkje, kant en klaar,
drie kaatseballen in een net,
een letter van banket…
O, kom er eens kijken,
wat ik in mijn schoentje vind,
alles gekregen, van die beste Sint.

Hop! Hop! Hop!

01-Drie-pietenHop! Hop! Hop! Hop! Hop!
In draf of in galop…
Sinterklaas zal voor ons rijden,
ons met heel veel moois verblijden!
Hop! Hop! Hop! Hop! Hop!
Paardje in galop!

Hij komt, hij komt

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint,
mijn beste vrind,
uw beste vrind,
de vriend van ieder kind.

Mijn hartje klopt,
mijn hartje klopt zo blij,
wat brengt hij u,
wat brengt hij mij,
wat brengt hij u en mij?

Wie zoet was, koek,
wie stout was, krijgt de roe!
Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint,
mijn beste vrind,
uw beste vrind,
de vriend van ieder kind.

Daar wordt aan de deur geklopt

Daar wordt aan de deur geklopt,
hard geklopt, zacht geklopt.
Daar wordt aan de deur geklopt,
wie zou dat zijn?Piet aan 't Vissen
Wees maar gerust, mijn kind.
Ik ben een goede vriend.
Want al ben ik wat beroet,
‘k meen het wel goed.

Ik kom van Sint Nicolaas,
Nicolaas, Nicolaas.
‘k Heb voor jou, mijn kleine baas,
moois in mijn zak.
Ben je goed zoet geweest?
Wees dan maar niet bevreesd,
want dan brengt Sint Nicolaas
fijn speculaas.

Bonte Piet ging uit fietsen

Bonte Piet ging uit fietsen, toen knapte zijn band.
Toen moest hij gaan lopen, met de fiets aan zijn hand.
Hij kwam in een dorpje, en zei tegen de smid:
Ik geloof dat er in mijn achterband een pepernootje zit.

De smid moest toen lachen
en plakte de band.
Toen kon Piet weer fietsen
door heel Nederland.
En is Sint wat gammel, dan is Piet de ‘Bob’.
Je kunt hem zien trappen, met de Sint achterop.

Zie ginds komt de stoomboot

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan.
Hij brengt ons Sint Nicolaas, ik zie hem al staan.
Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer,
hoe waaien de wimpels al heen en al weer.

Zijn maat staat te lachen en roept ons reeds toe:
“Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!”
Oh, lieve Sint Nicolaas, kom ook eens bij mij,
en rijd toch niet stilletjes ons huisje voorbij.

Straat op SInterklaasavond